Māmertīnī, ōrum
m (Mamers) soldaten
uit Campanië die na de dood v. hun aanvoerder Agathocles (289 v. Chr.)
de stad Messana op Sicilië bezetten en zichzelf vanwege hun oorlogsdaden
‘zonen v. Mars’ noemden; — adj. Māmertīnus,
a, um Mamertijns
[civitas =
Messana].