τάττω, andere dial. τάσσω, aor. ἔταξα, med. ἐταξάμην; aor. pass. ἐτάχθην en ἐτάγην; perf. act. τέταχα; perf. med. τέταγμαι, 3 sing. τέτακται, plqperf. med. 3 plur. ἐτετάχατο; fut. τάξομαι; fut. perf. med. τετάξομαι 1. van soldaten, legers en schepen opstellen, ordenen: τάξας τὴν στρατιὴν ἅπασαν na het hele leger opgesteld te hebben Hdt. 1.191.1; med. indir. refl.: οἱ ... Πελοποννήσιοι ἐτάξαντο κύκλον τῶν νεῶν de Peloponnesiërs stelden een cirkel van de schepen op Thuc. 2.83.5; med. dir. refl. zich opstellen: εἶδε τοὺς Λυδοὺς ἐς μάχην τασσομένους hij zag dat de Lydiërs zich voor de strijd opstelden Hdt. 1.80.2; pass.: οὐδένα κόσμον ταχθέντες zonder enige geordende opstelling Hdt. 9.69.1; ἡ ... ἵππος χωρὶς ἐτέτακτο de ruiterij was apart opgesteld Hdt. 9.32.2; ἑπτὰ λοχαγοὶ ... ἐφ’ ἑπτὰ πύλαις ταχθέντες zeven aanvoerders bij zeven poorten opgesteld Soph. Ant. 142; ἀκοντιστὰς ... ἐπὶ τοῖς θωρακοφόροις τάξω ik zal de lansdragers vlak na de zwaar gewapenden opstellen Xen. Cyr. 6.3.24; οὗ ἐκεῖνοι ἔταττον ἔμενον ik bleef daar waar ze me opgesteld hadden Plat. Ap. 28e; met εἰς + acc. opstellen onder, indelen bij (een legeronderdeel): οὐ … ἐτάχθησαν ἐς τὸν πεζόν ze waren niet opgesteld in het voetvolk Hdt. 9.32.2; οἱ ... ἐς τὸν ναυτικὸν στρατὸν ταχθέντες zij die bij de vloot waren ingedeeld Hdt. 8.1.1; overdr., indelen bij, rekenen onder: οὐδαμῶς … τάττω ἐμαυτὸν εἰς τὴν τῶν ἄρχειν βουλομένων τάξιν ik schaar mezelf geenszins onder de rang van degenen die willen heersen Xen. Mem. 2.1.8. 2. aanstellen (in een functie): ἄρχοντας ἔταττον ze stelden archonten aan Xen. Hell. 7.1.24; met dubb. acc. aanstellen als, benoemen tot: ἐὰν βασιλεὺς ... ἐμὲ ... ὑπήκοον ἐκείνου τάττῃ als de koning mij als onderdaan van hem aanstelt Xen. Hell. 4.1.37; aanstellen over, aan het hoofd stellen van, met prep.: Ξενοκλέα ... ἔταξεν ἐπὶ τοὺς ἱππέας hij stelde Xenocles aan het hoofd van de ruiters Xen. Hell. 3.4.20; overdr. met ἐπί + acc., gen. of dat. van zaak aanstellen over, belasten met: οἱ Πέρσαι οἵ περ ἐτετάχατο ἐπ’ αὐτῷ τούτῳ de Perzen die juist daarmee waren belast Hdt. 1.191.4; ἐπ’ οὗ ἐτάχθημεν datgene waarmee we belast zijn Hdt. 5.109.3; εἰσὶν οἳ ... ἑαυτοὺς ἐπὶ τὴν διακονίαν τάττουσιν ταύτην er zijn mensen die zichzelf belasten met die dienst Plat. Resp. 371c; met πρός + acc. inzetten voor: ὁ ... ἀγαθὸς φίλος ἑαυτὸν τάττει πρὸς πᾶν τὸ ἐλλεῖπον τῷ φίλῳ de goede vriend zet zichzelf in voor al wat zijn vriend mist Xen. Mem. 2.4.6. 3. opdragen om, met acc. en inf.: μίαν (μοῖραν) αὐτέων ἔταξε παρὰ θάλασσαν ἰέναι hij droeg een deel van hen op om langs de zee te gaan Hdt. 7.121.2; σέ νιν τάξω φυλάσσειν ik zal jou opdragen hem te bewaken Soph. OC 639; εἰ ... ὑμεῖς τάττετ’ ἐμὲ ἡγεῖσθαι als jullie mij opdragen om de leiding te nemen Xen. An. 3.1.25; met dat. en inf.: οἷς ἐτέτακτο παραβοηθεῖν aan wie was opgedragen om te helpen Thuc. 3.22.6; χρήματα τοῖς πᾶσι τάξαντες φέρειν na allen te hebben opgedragen geld af te dragen Thuc. 1.19.1; ὁ νόμος οὕτω τάττει, μὴ τὸν μάντιν τοῦ στρατηγοῦ ἄρχειν de wet schrijft het zo voor: dat de waarzegger niet mag heersen over de veldheer Plat. Lach. 199a; ook med. indir. refl.: ἐτάξατο φόρους οἱ προσιέναι hij beval belastingen naar hem toe te sturen Hdt. 3.89.1; pass.: οἵδε ... φόρον ... οὐδένα ἐτάχθησαν φέρειν zij hadden geen enkele opdracht gekregen om belasting af te dragen Hdt. 3.97.2. 4. instellen, vaststellen, voorschrijven, pass.: ὁ τεταγμένος χρόνος de vastgestelde tijd Hdt. 2.41.4; ἐὰν ... ἐκβῶσιν τῆς τεταγμένης διαίτης als ze afwijken van de voorgeschreven levensstijl Plat. Resp. 404a; met afh. bijzin: τάξομεν τί χρὴ τὸν ... βλάψαντα ... παθεῖν we zullen vaststellen wat degene die schade aanricht moet ondergaan Plat. Lg. 875d; spec. v. belasting opleggen aan, met dat. van pers.: φόρους ἔταξε ἑκάστοισι hij legde aan elk van de volkeren belastingen op Hdt. 6.42.2; pass.: ἦν ... ὁ πρῶτος φόρος ταχθεὶς τετρακόσια τάλαντα de eerste belasting die was vastgesteld bedroeg vierhonderd talenten Thuc. 1.96.2; alg. van geld: ἀποτίνει ζημίην τὴν ἂν οἱ ἱρέες τάξωνται hij betaalt de boete die de priesters zullen vaststellen Hdt. 2.65.5; ταξάμενοι πλῆθος χρημάτων na een geldbedrag te hebben vastgesteld Plat. Resp. 551b; τάξαι τῷ ναύτῃ δραχμὴν Ἀττικήν voor de zeeman een (loon van een) Attische drachme vast te stellen Xen. Hell. 1.5.4; met gen. van prijs: τάξαντες ἀργυρίου πολλοῦ nadat ze daar een hoge prijs aan hadden toegekend Thuc. 4.26.5; med. indir. refl., pregn. zich laten opleggen, akkoord gaan (met): φόρον τε ἐτάξαντο καὶ δῶρα ἔπεμπον ze lieten zich belasting opleggen en zonden geschenken Hdt. 3.13.3; ναῦς παραδόντες φόρον τε ταξάμενοι door hun schepen over te dragen en belasting te accepteren Thuc. 1.108.4; van wetten opleggen, instellen: καθ’ ὃν ὁ Λυκοῦργος ἐξ ἀρχῆς ἔταξε νόμον volgen de wet die Lycurgus van het begin af aan had ingesteld Plut. Agis et Cl. 9.4.