About Report a problem

Menu

ἀράττω

ἀράττω, Ion. ἀράσσω, Dor. fut. 3 sing. ἀραξεῖ, hameren, rammen, beuken, met acc. op: γόμφοισιν ... καὶ ἁρμονίῃσιν ἄρασσεν hij hamerde (het vlot) in elkaar met houten pennen en bouten Od. 5.248; ἀ. στέρνα op de borst slaan (van verdriet) Aeschl. Pers. 1054; καὶ τὴν θύραν γ’ ἤραττες je bonsde ook op de deur Aristoph. Eccl. 977; ἤρασσ(ε) ... βλέφαρα hij ramde (met de pinnen) op zijn ogen in Soph. OT 1276; overdr.: ὀνείδεσιν ἤρασσον zij sloegen hem met verwijten om de oren Soph. Ai. 725; pass.: οἱ δὲ πρὸς τὰς πέτρας ἀρασσόμενοι anderen werden tegen de rotsen geslagen Hdt. 6.44.3; πέτροισιν ἠράσσοντο zij werden met rotsblokken bestookt Aeschl. Pers. 460.

Saved

Recent