About
Menu

προειπεῖν

προ-ειπεῖν, aor.; voor praes. zie προαγορεύω, voor perf. en fut. zie *προείρω
1.  van tevoren zeggen, voorspellen: οὐδὲν ὅτι οὐκ ἀληθὲς εἴρηκα ὧν προεῖπον alles van wat ik voorspeld heb is waar gebleken Plat. Euthyph. 3c.
2.  openlijk afkondigen, bekendmaken: ἀλλήλοισι πόλεμον π. elkaar de oorlog verklaren Hdt. 7.9.β1; ἀγῶνας π. wedstrijden uitschrijven Xen. Cyr. 1.6.18; θάνατον αὐτῷ προειπὼν μὴ πράξαντι ταῦτα de doodstraf tegen hem afkondigend als hij daarin niet zou slagen Plat. Lg. 698c; προεῖπεν αὐτῷ ... φόνου hij diende tegen hem een openlijke aanklacht wegens moord in Apollod. [Dem.] 59.9; met inf.: προεῖπεν αὐτῷ δήσειν hij kondigde hem aan dat hij hem zou arresteren [And.] 4.17;met acc. en inf.: π. ἐσάγειν σῖτον ... τὸν βουλόμενον afkondigen dat wie maar wilde voedsel mocht aanvoeren Thuc. 4.26.5.
3.  bevelen, met dat. en inf.: προεῖπε Μιλησίοισι ... πίνειν τε πάντας hij beval de Milesiërs dat ze met z’n allen een drinkgelag moesten houden Hdt. 1.21.2; met μή en inf. verbieden: προειπόντες ἀρχῶν μὴ μετέχειν verbiedend ambten te bekleden Plat. Resp. 551b.

Saved

Recent