About
Menu

vivum

vīvum, ī n (vivus)
  1. 1. het leven, vlees met leven en gevoel; ➤ calor ad -um perveniens of adveniens tot op het levende vlees; (metaf.) rem ad -um resecare tot op het bot onderzoeken;
  2. 2. kapitaal, vermogen; ➤ alqd de -o detrahere of resecare iets v.h. kapitaal wegnemen; dat de lucro, nihil detraxit de -o.

Saved

Recent