About Report a problem

Menu

ὑπειπεῖν

ὑπ-ειπεῖν, aor. 1 sing. ὑπεῖπον, later ook ὑπεῖπα; fut. ὑπερέω
1.  suggereren: οὐκ ἂν ἄιδρις ὑπείποις uw suggestie zal zeker niet op onwetendheid berusten Soph. Ai. 213; παῖσιν θ’ ὑπειπεῖν ... τοὺς αὐτοὺς λόγους aan de kinderen dezelfde suggestie te doen Eur. Suppl. 1171.
2.  vooraf zeggen, erbij zeggen: ὀλίγ’ ἄτθ’ ὑπειπὼν πρῶτον na eerst nog een paar zaken erbij gezegd te hebben Aristoph. Ve. 55; ὅπερ ὑπεῖπα wat ik net zei Men. Asp. 130; ὑπειπὼν τἆλλα ὅτι αὐτὸς τἀκεῖ πράξοι erbij zeggend dat hij zelf voor de andere zaken ginds zou zorgen Thuc. 1.90.4.
3.  verklaren, uitleggen: οὑτωσί πως ὑπειπόντα τὸ τοῦ Πιττακοῦ zo ongeveer de uitspraak van Pittacus duidend Plat. Prot. 343e.

Saved

Recent