συν-διαπράττω, Ion. συνδιαπράσσω 1. act. helpen tot stand te brengen, samen (met ...) tot stand brengen; met acc. (en dat.) iets met iem.: τὰ μέγιστα συνδιέπραξεν hij hielp de grootste zaken tot stand te brengen Isocr. 4.37. 2. med. mede of tegelijk deelnemen aan onderhandelingen.