κρείττων, ep. κρείσσων, Ion. κρέσσων, Dor. κάρρων, comp. 1. sterker: ὁππότερος δέ κε νικήσῃ κρείσσων τε γένηται wie van beiden wint en sterker blijkt Il. 3.71; τὸν κρείττω τοῦ ἥττονος ἄρχειν dat de sterkere heerst over de zwakkere Plat. Grg. 483d. 2. machtiger: τόξον ... οὔ τις ἐμεῖο κρείσσων ... δόμεναι niemand is meer gerechtigd dan ik om (de boog) te geven Od. 21.345; subst. οἱ κρείσσονεςde machtigsten, vaak van goden: τις οὗτος τῶν κρειττόνων die is één van de goden Plat. Sph. 216b; ook τὰ κρείσσωde goden. 3. beter, voordeliger: κρέσσον οἰκτιρμῶν φθόνος het is beter benijd te worden dan beklaagd Pind.P. 1.85; κρεῖσσον γὰρ εἰσάπαξ θανεῖν want het is beter eens en voor al te sterven Aeschl. PV 750; met pred. ptc.: κρείσσων ἦσθα μηκέτ’ ὢν ἢ ζῶν τυφλός je zou beter af zijn door niet meer te leven, dan blind door het leven te gaan Soph. OT 1368; subst.: τὰ ὑπάρχοντα ἡμῖν κρείσσω de voordelen die ons ter beschikking staanThuc. 4.10.2. 4. superieur aan; meester van, met gen.: κ. χρημάτων geld, daar stond hij bovenThuc. 2.60.5; κρείττονες αὑτῶν zichzelf meester Plat. Phaedr. 232a; γαστρὸς κρείττους εἶναι zijn lusten de baas zijn Xen. Cyr. 4.2.45. 5. groter dan, te groot voor, iets te boven gaand, met gen. of met ἢ: ἔργα ... κρείσσον’ ἀγχόνης daden die de strop te boven gaan Soph. OT 1374; κρείσσον’ ἢ λέξαι λόγῳ τολμήματα waagstukken die elke beschrijving tarten Eur. Suppl. 844; κρεῖττον λόγου κάλλος schoonheid te groot voor woorden Xen. Mem. 3.11.1; ongunstig: ἐλπίδος κρεῖσσον erger dan verwacht Thuc. 2.64.1; κρείττους τῆς παιδείας aan wie opvoeding niet besteed is Aristot. Pol. 1316a9.