About Report a problem

Menu

μαλθάττω

μαλθάττω, andere dial. μαλθάσσω [μαλθακός]
1.  act. zacht maken, verzachten: geneesk.: μαλθάσσειν ... τὴν κοιλίην de buik laten ontspannen (met kruiden) Hp. Acut. 23; overdr. tot bedaren brengen, mild stemmen: ἐάν τις ἐν καιρῷ … μαλθάσσῃ κέαρ als iemand op tijd zijn hart verzacht Aeschl. PV 379; ὡς λόγοισι τόνδε μαλθάξαιμεν ἄν; zouden we hem met woorden tot bedaren kunnen brengen? Eur. HF 298.
2.  med.-pass. verslappen: μαλθαχθεῖσ(α) ὕπνῳ verslapt door slaap Aeschl. Eum. 134; overdr. mild gestemd worden: οὐδὲ μαλθάσσῃ λιταῖς ἐμαῖς je wordt niet mild gestemd door mijn smeekbeden Aeschl. PV 1008.

Saved

Recent