περι-πέττω, Ion. περιπέσσω, ‘een korst om iets bakken’, overdr. verpakken, verhullen, camoufleren: ὀνόματι περιπέττουσι τὴν μοχθηρίαν ze verbergen hun slechtheid achter een mooie naam Aristoph. Pl. 159; λόγοισι δὲ ταῦτα εὖ πως εἰς τὸ πιθανὸν περιπεπεμμένα en dat die (opvattingen van ons) voor de geloofwaardigheid in fraaie bewoordingen verpakt zijn Plat. Lg. 886e.