πρωτό-πλους -ουν, Ion. πρωτόπλοος -οον [πλέω] 1. op de eerste vaart: νῆα μέλαιναν ... πρωτόπλοον een zwart schip dat voor het eerst een zeereis maakt Od. 8.35. 2. die vooraan vaart, subst.: τοῖς πρωτόπλοις aan degenen die voorop voeren Xen. Hell. 5.1.27.