προσ-τάττω, Ion. προστάσσω, Ion. plqperf. med.-pass. 3 plur. en later προσετετάχατο 1. opstellen bij, met acc., en dat. of plaatsbep.; pass.: πέμπταισι προσταχθέντα ... πύλαις opgesteld bij de vijfde poort Aeschl. Sept. 527; χώραν μὴ προλείποντες ᾗ ἄν τις προσταχθῇ zonder de plaats te verlaten waar men was opgesteld Thuc. 2.87.8; toewijzen aan, met acc. en dat. of prep. bep.: πρὸς τοῖσι ἔθνεσι τοὺς πλησιοχώρους π. aan die volken hun directe naburen koppelen Hdt. 3.89.1; τοὺς δ’ ἐκ πλαγίου σὺ ἄλλοις πρόσταξον jij moet de soldaten op de flank overdragen aan anderen Xen. Cyr. 7.1.20; aanstellen als, met dubb. acc. en dat.: Γύλιππον ... π. ἄρχοντα τοῖς Συρακοσίοις Gylippus als commandant over de Syracusanen aanstellen Thuc. 6.93.2; plqperf. pass.: προσετέτακτο ... ἄρχων Κλέαρχος Clearchus was hierbij tot commandant aangesteld Thuc. 8.8.2. 2. bevelen, opdragen: χωρεῖτε ... οἷ προστάσσομεν ga waarheen we jullie opdragen te gaan Eur. Or. 1678; met acc. v.h. inw. obj. (en dat.): πολλὰς ἐπιμελείας π. vele taken opdragen Aristot. Pol. 1299b8; αὐτῷ ἔργον τι προστάξαι hem een taak opdragen Xen. Cyr. 4.5.25; met dat. en inf.: προστάξαι ἑνὶ τῶν θεραπόντων ... εἰπεῖν hij beval één van zijn dienaren om te zeggen ... Hdt. 5.105.2; met acc. en inf.: ὅς με προστάσσει τάδε εἰπεῖν die mij opdraagt dit te zeggen Eur. Hel. 890; pass. opdracht krijgen; met inf.: τοῖσι κυσὶ προσετετάχατο σιτία παρέχειν zij hadden de opdracht de honden van eten te voorzien Hdt. 1.192.4; onpers.: ἐκέλευσε τοῖσι προσετέτακτο ταῦτα πρήσσειν ... διαταμεῖν hij beval degenen die die opdracht hadden gekregen hem doormidden te snijden Hdt. 7.39.3; onpers. acc. abs.: προσταχθὲν ... αὐτῷ ... ἀναγράψαι τοὺς νόμους toen hij de opdracht had gekregen de wetten op te schrijven Lys. 30.2; subst. ptc.: τὰ ὑπὸ τῆς πόλεως προσταττόμενα wat door de stad (telkens) werd opgedragen Lys. 25.13; τὰ προσταχθέντα de opdrachten Hdt. 2.121δ.6.