About Report a problem

Menu

ἀντιτάττω

ἀντι-τάττω, Ion. ἀντιτάσσω
1.  met acc.
a.  opstellen tegen(over), met dat. of met prep. bep.: Σολίων … τὸ ἄριστον ἀντέτασσον Πέρσῃσι zij stelden het beste deel van de Soliërs op tegen de Perzen Hdt. 5.110; τίν’ ἀντιτάξεις τῷδε; wie ga je tegenover hem opstellen? Aeschl. Sept. 395; ook med.: τῶν Ἑλλήνων τινὰ ἀρετὴν τῇ Ξέρξου δυνάμει ἀντιτάξασθαι dat een van de Grieken zijn moed tegenover de legermacht van Xerxes opstelde Thuc. 3.56.5; pass.: ἀντετάσσοντο ὧδε ὑπὸ Μαρδονίου zij werden als volgt opgesteld door Mardonius Hdt. 9.31.1.
b.  overdr. stellen tegenover, met dat. of met prep. bep.: πρὸς ... τὸ ἐμπειρότερον αὐτῶν τὸ τολμηρότερον ἀντιτάξασθε stel jullie grotere moed tegenover hun grotere ervaring Thuc. 2.87.5.

2.  zonder acc., alleen med.
a.  zich opstellen tegenover, met dat., met κατά + acc. of met πρός + acc.
b.  overdr. weerstand bieden, zich verzetten tegen, met dat.

Saved

Recent