ἔνερθε(ν), ep. νέρθε(ν), Dor. ἔνερθα 1. adv. van onder: νέρθε Ποσειδάων ἐτίναξε γαῖαν van onder deed Poseidon de aarde schudden Il. 20.57; beneden, spec. i.v.m. de onderwereld: οἱ ἔνερθε θεοί de goden van de onderwereld Il. 14.274. 2. prep. met gen. onder: γῆς onder de aarde Aeschl. Pers. 222; overdr. inferieur, minder: πολλῷ ἔνερθε ... μέσου ἀνδρὸς Μήδου veel minder dan een gemiddelde Mediër Hdt. 1.107.2; ἐχθρῶν μ’ ἔνερθεν ὄντ’ ἀνέστησας je hebt mij die onder de voet van mijn vijanden lag weer overeind geholpen Soph. Ph. 666.