φυλάττω
1. wachter zijn, de wacht houden, op wacht staan; met acc. v. tijd:
2. act. met acc.
a. bewaken; pass.:
b. bewaren:
c. op de uitkijk staan voor:
d. afwachten, uitzien naar:
3. med. oppassen (voor), op zijn hoede zijn (voor);
φυλάττω, att. = φυλάσσω.