About Report a problem

Menu

φυλάττω

φυλάττω, andere dial. φυλάσσω [φύλαξ]
1.  wachter zijn, de wacht houden, op wacht staan; met acc. v. tijd: νύκτα φυλασσέμεναι ’s nachts de wacht houden Il. 10.312; ook med.: νύκτα φυλασσομένοισι κακήν terwijl zij waken gedurende de barre nacht Il. 10.188; met acc. v.h. inw. obj.: φυλακὰς φυλάττων bewakingsdiensten draaien Xen. An. 5.1.2; (af)wachten: φυλάττει πηνίκ’ ἔσεσθε μεστοὶ τοῦ συνεχῶς λέγοντος hij wacht af tot jullie degene die continu aan het woord is zat zijn Dem. 18.308; uitbr. waakzaam zijn, opletten: αὕτη δὲ ... ἐφύλαττεν ἕως ἐξηῦρεν ὅ τι εἴη τὸ αἴτιον en zij hield de situatie in de gaten tot ze erachter kwam wat de reden was Lys. 1.15.
2.  act. met acc.
a.  bewaken; pass.: ἠὲ φυλάσσονται νῆες (uit te vinden) of de schepen nog bewaakt worden Il. 10.309; waken over, passen op, beschermen: μῆλα φυλασσέμεναι πατρώϊα om op de schapen van hun vader te passen Od. 12.136; ἀθανάτων ὅς τίς σε φυλάσσει wie van de onsterfelijke goden je ook beschermt Od. 15.35; met ἀπὸ + gen. beschermen tegen, weghouden van: ὅπως ἀπὸ τῶν δυσχωριῶν φυλάττοιεν αὐτὸν om hem te beschermen tegen onveilige plaatsen Xen. Cyr. 1.4.7; τὴν δὲ γραῦν φυλάττετε ἀπὸ τῶν κεραμίων en zorg ervoor dat het oude wijf niet bij de potten komt Men. Sam. 302; subst. ptc. οἱ φυλάττοντες beveiligers.
b.  bewaren: γενομένου γὰρ τέρατος φυλάσσουσι γραφόμενοι τὠποβαῖνον wanneer er een voorteken plaats heeft gevonden bewaren ze de uitkomst door die op schrift te stellen Hdt. 2.82.2; overdr. bewaren, in ere houden: αἰδῶ καὶ φιλότητα φυλάσσειν respect en vriendschap in ere houden Il. 24.111; φυλάσσετε ὅρκια πιστά bewaart de trouw aan de eden Il. 3.280; φύλασσε ... νόμον neem de regel in acht Soph. Tr. 616.
c.  op de uitkijk staan voor: καὶ νῦν φυλάσσω λαμπάδος τὸ σύμβολον ook nu sta ik op de uitkijk voor het lichtsignaal Aeschl. Ag. 8; opwachten: ὄφρα μιν … λοχήσομαι ἠδὲ φυλάξω om hem in een hinderlaag op te wachten Od. 4.670; in de gaten houden, met (ὅπως) μή: ἐφύλασσον τὴν Ἰωνίην μὴ ἀποστῇ ze hielden in de gaten dat Ionië niet in opstand zou komen Hdt. 8.130.2; φυλάττων μὴ ἐναντία εἴπω om te voorkomen dat ik inconsequente dingen zeg Plat. Tht. 154d; met AcI: ὅπως φυλάσσοιεν μηδένα ... ἐς τὴν Σικελίαν περαιοῦσθαι om in de gaten te houden dat niemand naar Sicilië zou oversteken Thuc. 7.17.2.
d.  afwachten, uitzien naar: νόστον φυλάσσειν uitzien naar de terugkeer Il. 2.251; φυλάξαντες ἔτι νύκτα καὶ αὐτὸ τὸ περίορθρον nadat ze nog de nacht en het moment voor zonsopgang afgewacht hadden Thuc. 2.3.4; met AcP: φυλάξασα δὲ τὸν ἄνδρα τὸν ἑωυτῆς ... βασιλήϊον δεῖπνον προτιθέμενον nadat ze afgewacht had tot haar eigen man een koninklijk banket gaf Hdt. 9.110.2; met rel. bijzin: φυλάξαι ὅ τι χρήσεται τῷ ἵππῳ ἡ γυνή om af te wachten wat de vrouw met het paard ging doen Hdt. 5.12.3.

3.  med. oppassen (voor), op zijn hoede zijn (voor); met acc.: μαψυλάκαν γλῶσσαν πεφύλαχθαι oppassen voor een ijdel blaffende tong Sapph. 158.2; οὓς φυλάξασθαί σε δεῖ voor wie je moet oppassen Aeschl. PV 715; met gen.: τῶν ... εὖ φύλαξαι pas hiervoor goed op! Soph. OC 161 (tekst onzeker); met inf.: φυλασσόμεθα δὲ ἐς σὲ ... μηδὲν ἐξαμαρτεῖν wij passen ervoor op tegen u ook maar een fout te begaan Hdt. 1.108.5; met μή of ὅπως μή: φυλάσσου μή τις ἐν στίβῳ kijk uit dat er niemand op de weg is Eur. IT 67; met prolept. acc. en μή: ἅς γ’ ἐγὼ φυλάξομαι ... μὴ κατουρήσωσί με ik zal oppassen dat zij (vrouwen) me niet onderpissen Aristoph. Eccl. 831; ptc. perf. πεφυλαγμένος waakzaam.

Saved

Recent