ἐκ-φαείνω, ep., alleen θη-aor. 3 sing. ἐξεφαάνθη, 3 plur. ἐξεφάανθεν, licht geven: οἱ ὄσσε δεινὸν ὑπὸ βλεφάρων ... ἐξεφάανθεν zijn ogen lichtten angstaanjagend op van onder zijn oogleden Il. 19.17; zichtbaar worden, verschijnen, tevoorschijn komen (uit): πλευρὰ ... παρ’ ἀσπίδος ἐξεφαάνθη zijn zijde werd zichtbaar buiten de dekking van het schild Il. 4.468; met gen.: τά γε δοῦρα Χαρύβδιος ἐξεφαάνθη de stukken hout kwamen tevoorschijn uit de Charybdis Od. 12.441; met rel. bijzin: ἔνθ’ ὅ τε δειλὸς ἀνὴρ ὅς τ’ ἄλκιμος ἐξεφαάνθη daar komt aan het licht wie een lafaard is en wie dapper Il. 13.278.