About Report a problem

Menu

ἀποζήω

ἀπο-ζήω, inf. ἀποζῆν, ergens van leven: ὅσον ἀποζῆν genoeg om van te leven Thuc. 1.2.2; zichzelf in leven houden: ἀ. πονηρῶς zich op armzalige wijze in leven houden Luc. 57.59.

Saved

Recent