integrum Save LaNe integrum, ī n (integer) 1. ongeschonden rechtspositie; ➤ alqm in -um restituere iem. weer in zijn recht stellen; 2. volledig gezag; ➤ -um sibi reservare de zich de vrije hand geven mbt.; -um dare alci iem. de vrije hand laten; res in -o est is nog onbeslist.