μετ-αλλάττω, Ion. μεταλλάσσω 1. met acc. a. veranderen: θέσμια μ. wetgeving veranderen Hdt. 1.59.6; πολὺ μ. τῆς τοῦ δήμου διοικήσεως een groot deel van het democratische bestuur veranderen Thuc. 8.70.1. b. wisselen, verruilen: χώραν ἑτέραν ἐξ ἑτέρας μ. de ene plaats voor de andere verruilen Plat. Parm. 138c; overdr.: μ. τὸν βίον sterven Isocr. 9.15. 2. intrans. veranderen, een verandering ondergaan: μεταλλάσσουσι αἱ ὧραι de seizoenen wisselen Hdt. 2.77.3.