ἀνᾴσσω Save LSJ DGE Bailly 2024 Grieks Nederlands ἀν-ᾴσσω, Att. for ἀναΐσσω. ἀνᾴσσω v. ἀναΐσσω. ἀνᾴσσω, att. ἀνᾴττω, v. ἀναΐσσω. ἀν-ᾴσσω en ἀναΐσσω [ἀνά]1. opspringen; met acc. op ... springen: ἀναΐξας ἅρμα na op zijn wagen te zijn gesprongen Il. 24.440.2. ontspringen, opborrelen: ἔνθα ... πηγαὶ δοιαὶ ἀναΐσσουσι daar ontspringen de twee bronnen Il. 22.148.