About Report a problem

Menu

καταλλάττω

κατ-αλλάττω, Ion. κατ-αλλάσσω
1.  act. en med. wisselen, van geld: τὸ χρυσίον καταλλαττόμενος ... ἐπὶ ταῖς τραπέζαις zijn geld bij de banken inwisselend Dem. 19.114; overdr. verwisselen, inruilen: ἡδονὰς πρὸς ἡδονὰς καταλλάττεσθαι genoegens tegen genoegens ruilen Plat. Phaed. 69a; τὸν βίον πρὸς μικρὰ κέρδη καταλλάττονται zij stellen hun leven voor gering gewin in de waagschaal Aristot. EN 1117b20.
2.  act. verzoenen, verzoening tot stand brengen tussen: Μυτιληναίους δὲ καὶ Ἀθηναίους κατήλλαξε hij bracht verzoening tot stand tussen Mytilene en Athene Hdt. 5.95.2; ἐκ τοῦ θεοῦ τοῦ καταλλάξαντος ἡμᾶς ἑαυτῷ uit God die ons met zichzelf heeft verzoend NT 2 Cor. 5.18; pass.: θεοῖσιν ὡς καταλλαχθῇ om verzoend te worden met de goden Soph. Ai. 744; πρὸς ἀλλήλους ... καταλλαγῆναι met elkaar tot een vergelijk komen Thuc. 4.59.4.
3.  med. bijleggen: καταλλάσσασθαι τὴν ἔχθρην τοῖς στασιώτῃσι de vijandschap met zijn tegenstanders bijleggen Hdt. 1.61.2.

Saved

Recent